M A N N E N
VAN DE STAJ

Sjeng aon de geng!

Wat de Staj?

Het ontstaan van de staj heeft een gesofisticeerd uitleg en voor de minderbedeelde op het gebied van hersenen hebben we om het simpel te houden er een verhaal rond gemaakt. (En omdat dit nu eenmaal gemakkelijker en boeiender is kozen we ook voor dit kortverhaal)

Er was eens een jongeman, die Rob 'Camion' Martens genaamd was. ( hij leeft nog steeds laat daar geen twijfel over bestaan) die een nogal hevige avond beleefde met zijn crewboys. Echter een hele avond 'kapje-over-doen' is niet goed voor de maag, hij gaat er immers van knorren en grommen. Zo geschiedde het en zou Camion zich iets te bikken halen. Dit was een gekke, crazy trip want hij had vanallerlei obstakels op zijn reisweg. Jawel, zelfs jezeke in zijn bakske met stro zag alles gebeuren.
Hoe die Camion toch kon optrekken en jumpen (niet die debiele dans). Het duurde dan ook niet lang voor boontje om zijn loontje kwam en dus onze Camion serieus op zijn raaier viel. 'Nen echte Camion laat zich niet zo maar sussen' aldus hijzelve. De weg bleek een helse karwei nog te worden, we waren halverweg en de grote bol moest nog gepasseerd worden. Hij had geluk en ik citeer: 'Menneke we hebbe vandaag chance want den grute boele dé slopt'. Voor de meeste mensen onverstaanbaar, jawel zelfs als ge het probeert in te beelden hoe onze Camion het zou zeggen dan zoude nog zeggen: 'Huh?'. Maar ik vertaal dit Camionsiaans taaltje vlug voor jullie. De vertaalde versie gaat alsvolgt:  'Mannen, we hebben vandaag geluk, want de grote bol (in het centrum van Opglabbeek ligt die) slaapt' aldus onze Camion.
De kwade gevaarlijke bol moest dus niet overwonnen worden, men kon hem simpelweg passeren. Het crewke deed dit dan ook in uiterste stilte en met muizenstapjes om hem maar niet wakker te maken. Vervolgens zorgde dat geweldig fietspad van Gemeente Opglabbeek voor een gemakkelijke verplaatsing ( ik heb geen sponsoraanbieding gekregen hoor, dit is puur uit liefde voor Gemeente Opglabbeek ) tot bij 'Ter Kempen' in die tijd van saai wandelaarij werd dan ook weinig interessants gezegd. Het groepje zou zijn weg hoe dan ook verder zetten,
Ter Kempen had zijn 24/7 dienst ingeschakeld, daar hadden de meeste van de crew geen baat aan, Camion'ke daarentegen kon bikken.
De crewboys raakte hun Camion, door zijn egocentrisch gedrag kwijt en liepen door tot aan DE BEEK, döner kebap, javel javel. Menu: natuurlijk friet mayonaise, wat anders bij ne kebapdienst?

Camion, die echter dus besloten had om iets te bikken bij 'Ter Kempen', was snel verzadigd en tegelijk verrast door het plotse vertrek van zijn kameraden. Hij besloot de terugweg al te nemen, dan zou hij is den eersten zijn! Hoewel zo'n terugwerg is natuurlijk niet altijd zonder gevaar. Onze Camion besloot een andere weg terug te nemen, door het betoverde park ( dat door gemeente Opglabbeek schoon onderhouden wordt door de jeugdelijke vruchtbaarheidsrituelen op een vrijdagavond, zo bij die derde beuk als ge van links begint ofwel zo de vierde als ge langs rechts begint. Tenzij dat ge van bij DePost vertrekt, dan is het natuurlijk weer heel anders. Uiteindelijk is de beste manier misschien gewoon met ons meegaan want echt gemakkelijk vind ge die plek alleen toch niet terug. ) Ma goe verder met het Staj-verhaal. Camion zag plotseling een vliegende ster, nu achteraf bekeken was het zelfs geen vallende ster eerder een lamp die omver viel of viel onze Camion? Nu we zijn er nog altijd niet uit want onze Camion weigert toe te geven dat hij in het park op de grond  viel. Het zal wel aan ons liggen zekers, of die betovering van Hilde Baardmans van het Glabbikskes park.^^  We hebben dus maar besloten om zelf dus die lichtoptie te nemen, aldus het was een zatte vallende engel, die een grap wilde uithalen met ne bic achter zijn reet te houden wat totaal uit de hand was gelopen, Jibriel genaamd. Jibriel sprak naar de beruchte Camion en zijn woorden, als Martens dat met waarheidsgetrouw aan mij wel verteld heeft, waren de volgende:  'Och Camion'ke, ebbe ze dich hié weer allein geloate? Och Menneke toch, ich heb et zu werm aan mn vod.' aldus Jibriel. De volledige dialoog die Camion en Jibriel hebben gehouden is echter niet bekend, we weten wel (en anders zal er nooit een einde komen aan dit verhaal) dat Jibriel tot Camion sprak en zei: ' Martes, nu kriegs ze vn mich en missie en geiste no Jezeke tu en dan zegs ze ma dat de drie wieze neet koeme want ze zeen oenderweg de Flikke(rs)n tegengekomen en opgepakt; Zeek de stal,perdekopke!' En zo zou het zijn,

Camion had zijn missie, hij liep het betoverd parkbos uit nadat hij korte netten gemaakt had met touw. Hij liep de berg tegemoet waar de stal op was gesitueerd en hij zette zich neer langs Jezeke zijn bakske vol met stro. Nam zijn GSM ( tot voor kort onbekende reden, maar nu dus wel bekend. Reden: hij vond dat zijn crewboys het recht hadden te weten waar hij zat!) Camion meldde het dus even: ''Hoever zit gesta aam de staj!''.

Sinds 15 december 2007 - tot de dood (of ruzie) ons scheidt.

 Check nu de Ledenpagina hier en geef uw ongezouten mening op dit Staj-ontstaanverhaal!